afscheid..

Bij deze neem ik zo waardig mogelijk afscheid van mijn trouwe weblog tienerdantien.weblog.nl
Ik heb van zes jaar elke dag  bloggen helaas een aantal onvolledige cq verminkte posts over gehouden.
Dag lief weblog, je gaat me aan het hart! liefs Tien

tot ziens op http://mijnneusachterna.wordpress.com

donderdag 26 mei 2011

Mijn poezenkind is nog maar een schim vergeleken met de zware kat die ze altijd was. 2,7 kilo om precies te zijn. Een veertje. Wankel loopt ze op haar dunne pootjes de tuin in. Op zoek naar een grassprietje, want ze is misselijk. Van het "roesje" dat ze net bij de dokter heeft gehad.

Mijn poezenmeisje is aan haar laatste …dagen? weken? maanden? begonnen. Ze is ziek en er is niets meer aan te doen. Als ze niet meer naar buiten wil moeten we haar maar naar de poezenhemel helpen. Maar vooralsnog hobbelt ze door de tuin. Een snufje hier, wat krabben daar. En een heerlijk warm zonnetje op haar bottige ruggetje. Mijn grote steun en toeverlaat woont de laatste tijd bij mijn ex omdat ik nogal eens naar Afrika ga. Dat maakt het naderende afscheid voor mij misschien wat minder zwaar, hoewel ik daar vanmiddag even niks van merkte. Ze leek me te troosten met haar magere kopje en kroop tegen me aan.

Foto005

 

donderdag 19 mei 2011

Als je niet beter weet denk je dat het toeval is dat er naast je email vliegtickets a een dikke vijftig euro aangeboden worden naar Malaga, Madrid en Alicante. Cookies. Hoewel ik zweer dat ik nooit interesse in de laatste gehad heb. Via de eerste probeerde ik goedkoop naar Gambia te komen. Maar op een of andere manier ben ik opeens gigantisch afgeknapt en dus ga ik morgenochtend naar Vlieland.

Moet ik het hebben over het afknappen of over het naar Vlieland gaan? Over de eerste kan ik kort zijn. Het is in Afrika vooral geven en zeker niet nemen. Je hebt wel aandacht voor hen. Zij niet voor jou. Dat gaat steken. Voor mijn sponsordochter en mijn Afrikaanse zus geldt dat niet. Die hebben het redelijk begrepen. Ze geven kleinigheidjes voor me mee als er iemand uit Gambia terugkomt. Als Mariama belt hangt ze weliswaar direct op, maar ze denkt in ieder geval aan me. Vervolgens bel ik terug en dat duurt dan nog minstens een week voor ik haar weer aan de lijn krijg. Dat ligt aan zo’n goedkoop nummer waarmee ik bel. Die hebben heel vaak geen netwerk. Van mijn vriendje  heb ik al tijden niets meer gehoord. Maar hij denkt elke dag aan mij, verzekert hij me als ik hem eindelijk eens aan de lijn krijg. Dan zegt hij verschrikt dat ik niet zo negatief over ons moet denken.  “No Tineke, noooo, please, I miss you too much!”

Vlieland dus. Het wordt prachtig weer en ik wil de tent opzetten. Dat wil zeggen.. Aafke gaat dat voor me doen en ik help. Want met een arm een paal in de lucht houden en ondertussen haringen inslaan werkt niet. Toen ik haar belde zat ze al op de boot. “Komen!”riep ze. En daarmee was elke twijfel over hoe-wat-wanneer in een klap weggevaagd.

Als een haas de slaap spullen in een tas gedonderd. Een telefoontje naar Vlie was genoeg om mijn opgeslagen spullen op het duin te krijgen. Morgenochtend heel vroeg vertrekken ivm rustig autorijden. Mijn arm was laatst totaal overstuur na een ritje Amsterdam-Buuren. Om negen uur gaat de boot en ik zit erop! Zoveel is zeker!

 

 

 

 

donderdag 12 mei 2011

De rieten stoeltjes zijn met hun poten in het zand gezakt. De hele dag wachten ze op bezoekers. Maar het is een doordeweekse dag en men moet gewoon werken. Strand is voor het weekend. Maar niet voor mij. Strand is voor wanneer ik vervoer heb. En dat heb ik. In soorten en maten. Punt is alleen dat ik een lijf heb waar ik rekening mee moet houden. Dat heb ik de laatste maanden genoeg gedaan. Als een zielig oud vrouwtje met het openbaar vervoer. OV-kaart aan een touwtje om de nek. Een actieradius van nul-komma-nul.
Niet achterom kijken. Weg ermee, want het gaat goed!
Ik moet het hebben van hellende vlakken. Dat levert de meest onverwachte wendingen in mijn leven op. En vaak ook de leukste. Eerst een beetje mijmeren over wanneer ik weer achter het stuur plaats zal nemen. Dan een afspraak met de garage maken. Dan, hink-stap-sprong, me afvragen waar mijn motorkleding eigenlijk is. En dan opeens heb ik hem aan, mijn motorbroek. De koffers staan vrijwel direct bij de deur en even later haal ik het blauwe gevaarte van slot. Triomf! Niets hoeft, alles mag. Met de breedste greins die je kunt verzinnen rijd ik de garage uit. Mijn neus achterna. En mijn neus wijst naar het westen, naar de zee. Het is kicken. Langs de kant van de weg staat het fluitekruid in bloei en ik rijd er tussendoor. Een welkomsthaag.
Op het strand ben ik de enige klant. De kok, zelf ook motorrijder, heeft mijn helm op het tafeltje zien liggen en komt een praatje maken. Ik zeg niet veel terug. Het is duidelijk, ik wil in stilte genieten. Van het lege terras. Van de meeuwen in de besluierde lucht. Van het zomerse geluid van een vliegtuigje dat overvliegt. Van de duinen in de verte. Van.. van.. van.. Alles is goed. Ik ben weer terug van weggeweest. Ik zeg het niet vaak maar nu wel: YES!

ps blijkt het toch op de dag af twee maanden geleden te zijn dat ik geopereerd werd.. keurig gedaan dus.

zondag 8 mei 2011

Mijn blog terug lezend zie ik dat ik ergens op zat te wachten. Daar kon ik me van alles bij voorstellen. Maar niet dat ik binnen een paar dagen met spoed in het ziekenhuis zou komen te liggen.
Een darmenkwestie waarvan ik het verloop ken. Ofwel aan de maagsonde en het infuus, ofwel een operatie. Dat laatste is al sinds 25 jaar niet meer aan de orde. Het eerste helaas om de zoveel jaar. Ik lig er niet echt wakker van. Als je weet wat je mankeert is hert minder erg dan wanneer je in onzekerheid verkeert. Bovendien gaf ik mezelf deze keer ook flink de schuld. Teveel eten terwijl mijn maag al vol was. Ik heb mijn lesje weer eens geleerd en ga mezelf aanpakken en meteen wat kilo’s kwijt raken.
Overigens is hospitaliseren zo gebeurd. Ik lag er maar drie dagen en toen ik weer op straat stond met mijn boodschappentas met ziekenhuis spullen, voelde ik me zo zielig. “Helemaal in mijn eentje.. dat hoort toch niet als je uit het ziekenhuis komt..”. Thuis was het al niet veel anders. Alles zag er anders uit. Ongelofelijk, na maar drie dagen. Even flink uit gejankt en mezelf toe gesproken.

En nu zit ik hier met een aantekening uit het ziekenhuis voor me:
“Aan haar arm een nijlon rood-met-witte-stippen boodschappentasje. Met veel moeite hijst ze er een zware bloederige plastic zak uit op. Eraan zit een slang die onder haar kamerjas verdwijnt.”
Een van de vele beelden die op mijn netvlies staan. Bloed speelde vaak de hoofdrol. Het zeil voor de wc’s in de gang zat vol met bloedspatten. Alsof iemand een fles ketchup in de rondte gespoten had. Het gevloek van de Surinaamse zuster deed vermoeden dat er geen menselijk ongeluk gebeurd was, maar dat er iemand heel stom gedaan had. “Honderd keer per dag belt ze en nu gaat ze zonder ons!” Alle rr-en worden flink rollend uitgesproken. Onderwijl zie ik de Surinaamse verpleegkundige – best al op leeftijd – in de weer met dweil en trekker. Haar ronde achterste steekt in de lucht. Plassen bloed, van waarschijnlijk een geknapte drain, worden bijeen geveegd en in de emmer uit gewrongen. En het was al haar dag niet..

dinsdag 3 mei 2011

Wachten. Wachten. Wachten.

Heb je een piepklein beetje inspiratie om te schrijven, wordt dat teniet gedaan door een browser die de pagina’s niet kan of wil laden.
Schrijven, waar zou het ook weer over gaan? Over de zin van het leven? Over de onzin ervan? Ik ben het kwijt. Morgen hoop ik meer van de dag te maken dan vandaag. Wachten. Ik wacht ergens op. Tot die tijd hou ik me onledig.  Ik lees, ga naar de fysio, en eet. Ik drink niet. Ik wacht. Waarop dan toch?  Op de dag dat ik weer achter het stuur van mijn jeepje plaats kan nemen? Dat ik naar Vlieland kan? Dat ik de tent kan opzetten? Dat ik tot laat in de nacht kan dansen? Dat ik langs het Vlielandse strand kan lopen? Wacht ik daar allemaal op? Nou dan zal ik nog even geduld moeten hebben. Ga ondertussen eens wat zinnigs doen Tien. De tassen voor je sponsordochter in Afrika van hengsels voorzien bijvoorbeeld. Zodat je die straks kunt verkopen. Doe eens wat. En blijf niet alleen maar wachten. Wachten. Wachten.
Ach, daar zou het over gaan. Nou weet ik het weer.. over wachten.

PS de datum typend: mijn lieve moeder zou haar 90ste verjaardag hebben gevierd vandaag!(nou ja, morgen, want het is nu 1 uur ‘s nachts..) Zou ik de begraafplaats halen op de fiets?

 

zaterdag 30 april 2011

Voorbij is de verjaardag van wijlen onze Koningin Juliana. Mooi. Want niet eerder was ik zo stil op een dag als deze. Sinds drie dagen ga ik op de “ouwe-lullen-fiets-met-lage-instap” van mijn vader. Kom ik nog eens ergens. De sling is niet langer nodig om me eraan te herinneren dat ik een pijnlijke schouder cq arm heb. Na een paar uurtjes gaat hij flink drensen en steken. Allemaal aandacht trekkerij. Dan spreek ik hem toe, masseer hem een beetje en pomp er maar weer wat paracetamol in.

Eerst moest ik van mezelf vanmorgen de t-shirts en tasjes van mijn sponsorkind in Gambia verkopen. Op het plein was het dichtbevolkt met moeders-met-kinderen en het daarbij behorende speelgoed. Dus ging ik aan de buitenkant op een bankje zitten met mijn spullen voor me op de grond. Werkelijk geen hond kwam er langs. Dus genoot ik van de zon en de bootjes op het water en pakte na een uurtje de boel weer in. Ik had het in ieder geval geprobeerd. Het werkt niet als je geen zin hebt. Dan kan je het het beste laten. Naar huis voor koffie en de Koninginnedag opnieuw beginnen. Deze keer als loper. Op zoek naar een zwart popje. Meer hoefde ik niet. Nu is het misschien stom om in allochtoon Amsterdam-Oost naar een zwart popje te zoeken. Zwarte kinderen willen witte popjes. Stukje lopen.. stukje fietsen. Geen zin in een borrel, laat staan een terras.

Uiteindelijk in een Surinaams eettentje beland – toch nog een beetje zwart -en er een heerlijke petjil met cola genuttigd. Denkend aan de wilde jaren dat ik met veel keten wel 1000 gulden omzette. Veel drank, veel dansen en springen. Doodop maar gelukkig thuiskomen. Ik zoek een foto op van vijf jaar geleden. En zie tot mijn grote schrik dat ik toen ook een mitella om had. Selectief geheugen..

29042006034

 

vrijdag 29 april 2011

Queen-of-the-Day

Kokkelekooo! De haan kukelt me in Mandinka wakker. Nog geen vijf minuten later hoor ik het eerste gekakel van de vrouwen op de compound. Geschuif van zware pannen over een stenen vloer. Een kind jankt om aandacht. De ram op het plaatsje achter ons blért een eind weg. Zou hij wel water hebben? Of planten ze hem zomaar op het beton tot hij geslacht wordt?
Mijn vierde Naming Ceremony. Ik dacht het bij drie te houden. Maar Sireh, de vrouw van Djanko’s broer, beviel vorige week van een zoontje. Zeven dagen later moet hij zijn naam krijgen. Een doopfeest waarbij niets en niemand ontzien wordt. Een crime voor het budget, want een beetje feest begint bij 10.000 dalasis. Het zijn over het algemeen de vrouwen die op een feest aandringen. Zij zullen de Queen-of-the-Day zijn met hun talrijke wisselingen van dress. Hun hoog opgetaste nep haar in een knot, goudpoeder op de scheidingen – uren werk voor twee vrouwen – volgens de laatste mode. Onherkenbaar door de zwarte-filmsterren-make-up zullen ze op het feest verschijnen. Wenkbrauwen afgeschoren en met paars potlood – hoog op het voorhoofd – opnieuw getekend. De lippen zwaar aangezet met lipgloss. De wangen gepoederd en voorzien van glittertjes.
De mannen – als ze al werk hebben zijn ze kostwinner – zijn er en stuk terughoudender in. Zij zullen in een kluitje bij elkaar zitten op de matten, attaya drinkend, keuvelend, het feest gadeslaand.
Als ik Sarjo vraag of hij al weet of de Namegiving groots gevierd gaat worden zegt hij: “ik denk over een medium party.. niet teveel.”. Hij lacht voorzichtig, alsof hij wel beter weet.

The Gambia, april 2009

hieronder Matou op de Namingceremony van Malang

P3060335